Monday , July 4 2022

Answers to parliament about poverty and NIBUD report (in Dutch)

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Binnenhof 1 A
2513 AA S GRAVENHAGE

2513AA22XA

Datum 14 maart 2014

Betreft Kamervragen van de leden Kuzu en Van Laar over het bericht ‘Nibud bevestigt dat Bonaire ver onder de armoedegrens leeft’

Onze referentie

2014-0000030844

Bijlagen

– Kamervragen met antwoorden;
– Nibud-rapport ‘minimumvoorbeeldbegrotingen voor Bonaire’

Hierbij zend ik u de antwoorden op de Kamervragen van de leden Kuzu en Van Laar (beiden PvdA) over het bericht ‘Nibud bevestigt dat Bonaire ver onder de armoedegrens leeft’. Ik doe u deze antwoorden toekomen mede namens de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, aan wie de vragen mede zijn gericht.

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
Jetta Klijnsma

2014Z03461

Vragen van de leden Kuzu en Van Laar (beiden PvdA) aan de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over het bericht ‘Nibud bevestigt dat Bonaire ver onder de armoedegrens leeft’ (ingezonden 21 februari 2014)

1
Kent u het artikel ‘Nibud bevestigt dat Bonaire ver onder de armoedegrens leeft’? 1)
Antwoord vraag 1
Ja.

2
Bent u in het bezit van het Nibud-rapport waar in het artikel over gesproken wordt? Zo ja, kunt u
dit rapport naar de Kamer sturen en van een reactie van uw kant voorzien? Kunt u hierbij ingaan
op hoe de berekeningen van het Nibud voor de situatie op Bonaire zich verhouden tot de
berekening van het sociaal minimum in Europees Nederland? Zo nee, bent u bereid dit rapport bij
het bestuurscollege van Bonaire op te vragen en met de Kamer te delen?

Antwoord vraag 2
Het bestuurscollege van Bonaire heeft het rapport bij brief van 27 februari 2014 aan de
staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid toegezonden. Het rapport, getiteld
‘Minimumvoorbeeldbegrotingen voor Bonaire’ is bijgevoegd. De onderhavige antwoorden kunnen
beschouwd worden als onze reactie op dit rapport.

Met betrekking tot de vraag hoe de onderhavige berekeningen van het Nibud zich verhouden tot de
berekening van het sociaal minimum in Europees Nederland zij het volgende opgemerkt. In het
Europees deel van Nederland geldt het bijstandsniveau als het sociaal minimum. In Caribisch
Nederland ontbreekt – mede als gevolg van de andere systematiek achter de niveaus van de
onderstand – een dergelijk ijkpunt. Het lopende onderzoek van het CBS kan behulpzaam zijn om
op termijn richting een sociaal minimum voor Caribisch Nederland te komen.

3
Hoe verhoudt het Nibud-rapport zich tot het CBS-onderzoek (waarvan u opdrachtgever bent)
waarover u de Kamer schreef in december 2013? 2) Was u op de hoogte van deze opdracht door
de lokale overheid aan het Nibud? Zo nee, acht u het wenselijk dat u hiervan niet op de hoogte
was? Wanneer verwacht u dat het CBS-onderzoek is afgerond en naar de Kamer wordt gestuurd?

Antwoord vraag 3
De beslissing van het openbaar lichaam Bonaire om Nibud opdracht te geven minimumvoorbeeldbegrotingen op te stellen, is van tevoren aangekondigd. Hierbij was van meet af aan duidelijk dat deze opdracht een geheel andere insteek zou hebben dan de opdracht die inmiddels aan het CBS is gegeven. Bonaire heeft het rapport laten opstellen ten behoeve van het eilandelijk armoedebeleid. Het bestuurscollege van Bonaire heeft aangegeven dat het rapport gezien moet worden als ‘een beleidsinstrument voor vaststelling van het basispakket goederen, budgetadvisering en -begeleiding, armoedebeleid en armoedemeting’. Met de uitkomst van het rapport kan Bonaire de in het kader van het armoedebeleid beschikbare instrumenten gerichter inzetten. De minimumvoorbeeldbegrotingen kunnen het openbaar lichaam helpen bij de beoordeling bij welke huishoudtypen de financiële situatie het meest nijpend is.

De onderzoeksopdracht van CBS is van geheel andere aard. CBS doet onderzoek naar het Bruto Binnenlands Product (BBP), inkomens- en inkomensverdeling en werkgelegenheidsindicatoren. Doel van dit onderzoek is een beter beeld te krijgen van de algemene economische omstandigheden van Caribisch Nederland ten behoeve van besluitvorming over de (verdere) ontwikkeling van de niveaus van wettelijk minimumloon en uitkeringen. De onderzoeksopdracht bevat dus verschillende elementen, met uiteenlopende momenten van afronding. Van de thans voorziene eindproducten wordt een aantal naar verwachting al vóór de zomer opgeleverd. Hierbij zij aangetekend dat voor wat betreft het BBP voor de eilanden Sint Eustatius en Saba nog niet direct een BBP-raming wordt opgeleverd, maar een vooronderzoek naar de mogelijkheid voor het inrichten van een macroraming.

De verwachting is dat er eveneens in de zomer helderheid is over de haalbaarheid van een BBP-raming voor deze twee eilanden. Zodra de samenhangende CBS-producten gereed zijn, zult u daarover worden geïnformeerd.

4
Hoe beoordeelt u de uitkomsten van het Nibud-rapport? Is dit voor u aanleiding om op een andere manier naar de armoedeproblematiek op Bonaire te kijken? Geeft dit rapport nieuw inzicht in de armoedeproblematiek op Saba en Sint Eustatius of is daarvoor aanvullend onderzoek nodig?

5
Bent u van mening dat het Nibud-onderzoek een ernstiger beeld van de situatie schetst dan uw brief van december 2013?

Antwoord vraag 4 en 5
De uitkomst van het Nibud-onderzoek sluit aan op mijn eigen waarneming bij het werkbezoek in juli 2013. Hierbij past wel de kanttekening dat het beoordelen van minimumvoorbeeldbegrotingen los van betrouwbare gegevens over de inkomensverdeling (waaraan het CBS zoals gezegd nog werkt), niet goed mogelijk is. Bovendien is van belang dat, zoals Nibud zelf ook aangeeft, de in het rapport genoemde bedragen referentiebedragen zijn, die niet als norm mogen worden opgevat. Het valt ook op dat Nibud op sommige punten (bijvoorbeeld woonkosten, watergebruik en vervoer) een ruimere norm hanteert dan in Europees Nederland in de bijstand wordt gehanteerd. Zo is in Europees Nederland geen auto ingecalculeerd voor de basisbehoeften van bijstandsontvangers. Het door het Nibud berekende benodigde minimum inkomen ligt daardoor hoger dan de bijstandsnormen in Europees Nederland. Dit neemt niet weg dat het Nibud-rapport bruikbaar kan zijn voor het doel waarvoor het is opgesteld. Deze beoordeling is aan het eilandbestuur van Bonaire. Het openbaar lichaam heeft geld en instrumenten om het eilandelijk armoedebeleid vorm te geven (waarbij het Rijk kan ondersteunen, wat ook gebeurt via met name de bijzondere uitkering integrale projecten). De bestuurscolleges van Saba en Sint Eustatius kunnen zelf beoordelen of een overeenkomstig Nibudonderzoek dat is toegespitst op deze beide eilanden, nuttig is. Het Nibud-onderzoek kan niet de basis zijn voor het rijksbeleid ten aanzien van de niveaus van het wettelijk minimumloon en de uitkeringen. Daarmee zou worden voorbijgegaan aan het uitgangspunt van economische draagkracht. Het verhogen van het wettelijk minimumloon zonder de economische draagkracht in beschouwing te nemen, zou de economie van de eilanden ernstig kunnen schaden, terwijl het enkel verhogen van de uitkeringen los van de economische draagkracht tot een situatie zou leiden waarin werken niet langer loont. Dat moet worden voorkomen. Het CBS werkt zoals gezegd aan statistische informatie die nodig is om de economische situatie te kunnen beoordelen. Dat is nodig om een beslissing over de niveaus beter te kunnen funderen. Met het reeds vóór 10 oktober 2010 gezamenlijk uitgesproken verbeterstreven wordt tot uitdrukking gebracht dat het voorzieningenniveau zoals dat op de transitiedatum vorm heeft gekregen, niet het uitpunt zou mogen zijn, maar een eerste stap in een verdere ontwikkeling. De uitkomsten van het Nibud-onderzoek benadrukken de urgentie daarvan. Het rapport heeft dan ook een belangrijke signaalwerking en zal vanuit die hoedanigheid een rol spelen in het voortgaande gesprek met het openbaar lichaam over het voorzieningenniveau. Gezien de doelstelling van het onderzoek is hierbij in eerste instantie het bestuurscollege van Bonaire aan zet om beleidsconclusies aan het rapport te verbinden. Daarover gaan we graag met het bestuurscollege in gesprek, om zo waar mogelijk vanuit de onderscheiden rollen een bijdrage te leveren aan het verlichten van de armoedeproblematiek op het eiland.

6
Heeft het Nibud ook andere gezinssituaties – bijvoorbeeld het samenwonen van meerdere generaties – dan de in het artikel genoemde gezinssituaties onderzocht? Zo ja, wat zijn hiervan de uitkomsten?

Antwoord vraag 6
Het Nibud presenteert alleen minimumvoorbeeldbegrotingen voor de (gezins)situaties die in het artikel zijn genoemd, d.w.z. resp. alleenstaande man, alleenstaande vrouw, samenwonend paar, alleenstaande vrouw met één kind, alleenstaande vrouw met twee kinderen, paar met één kind, paar met twee kinderen, alleenstaande AOV-gerechtigde en AOV-gerechtigd paar. Het samenwonen van meerdere generaties komt in het Nibud-rapport in zoverre terug, dat Nibud constateert dat huishoudens met een laag inkomen vaak bij elkaar inwonen. Nibud vertaalt deze constatering echter niet naar minimumvoorbeeldbegrotingen die bij deze situatie aansluiten. Het kostendrukkend effect van gezamenlijk wonen is derhalve niet af te leiden uit het rapport.

7
Is inmiddels duidelijk op welke wijze de 600.000 euro per jaar die u structureel beschikbaar hebt gesteld voor armoedebeleid wordt ingezet?

Antwoord vraag 7
n mijn brief van 19 december 2013 (Kamerstukken II, 2013/’14, 33 750 XV, nr. 57, pag. 4) is vermeld welke bestemming de openbaar lichamen hebben gegeven aan de middelen die voor 2013 zijn toegekend. De voor 2014 e.v. toegekende middelen zullen opnieuw op projectbasis worden toegekend. De openbaar lichamen ontvangen de middelen op basis van in te dienen plannen. Voor 2014 zijn de bestuurscolleges bezig met de beleidsvorming en het opstellen van hun plannen.

1) http://caribischnetwerk.ntr.nl/2014/02/16/nibud-bevestigt-dat-bonaire-ver-onder-dearmoedegrens- leeft/, 16 februari 2014.

2) Kamerstuk, 33 750 XV, nr. 57

Rapport Commissie “Kleine evaluatie Caribisch Nederland”
Student Checklist for going to Holland